STR-Belgium geeft hieronder commentaar op het artikel dat op zaterdag 23 november in L’Echo verscheen. Belangrijke overwegingen op juridisch en economisch vlak moeten de thematiek van de maatschappelijke impact van kortetermijnverhuur aanvullen, die een veel grondigere en genuanceerdere behandeling verdient dan de manicheïsche benadering die sommige politici er systematisch aan geven, voor electorale doeleinden en ongetwijfeld onder druk van bepaalde hotellerielobby’s.
In elk geval brengt dit artikel aan het licht dat de rechtvaardiging en de proportionaliteit van de huidige en toekomstige vergunningsregimes (lees: verbodsregimes) bijzonder zwak lijken…
Laten we beginnen met enkele uitspraken uit het artikel te belichten:
“Amper 5% van de panden heeft de verplichte registratie uitgevoerd.” Is dat echt nieuw? De studie van het Brussels Studies Institute in haar “Evaluatiemissie van de ordonnantie van 8 mei 2014 betreffende het toeristische logies” wees hier al op in mei 2019 – § 4.2. (p. 16): “een massale onderregistratie ten opzichte van de reële markt”! Het is verrassend dat in het artikel de reden voor dit “gebrek aan enthousiasme voor de regels” niet in vraag wordt gesteld. De rechtvaardiging van de gewestelijke administratie hierover doet glimlachen: “In het algemeen wekken regimes die administratieve stappen vereisen niet veel enthousiasme op”… Een merkwaardige verklaring, meer dan 10 jaar na de publicatie van een ordonnantie die van alle kanten wordt betwist. Zou het niet verstandiger zijn om de kern van het probleem te onderzoeken? En toch komt deze markt die voor 95% clandestien is, zeker niet ten goede aan de actoren die wel in regel zijn (of alles doen om dat te proberen), zowel in de hotelsector als in de categorie “toeristische residentie”.
“Onze focus ligt op bedrijven die volledige gebouwen opkopen om er 365 dagen per jaar hotellerie van te maken.” Misschien geeft mevrouw Maes hier de reden voor de massale onderregistratie. Want het is niet correct om het zo voor te stellen. Een particulier of micro-onderneming die een eenvoudig appartement meer dan 120 dagen per jaar wil verhuren, zou evenmin een registratie krijgen. En daar wringt het schoentje: de ordonnantie van 8 mei 2014 is geen reguleringsinstrument, maar een instrument dat elke economische activiteit in de categorie “toeristische residentie”, die zij zelf in haar woordenlijst definieert, verbiedt. Wij verwijzen de lezer naar onze vele artikels over dit onderwerp en in het bijzonder naar ons persbericht van 18 december 2023 en de samenvatting op één pagina van de reglementaire situatie in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
“Het staat ver af van het leuke, van ontmoetingen en vrienden, zoals Airbnb het verkoopt.” Een opmerkelijke uitspraak! (laten we nogmaals verduidelijken dat de sector niet verbonden is met Airbnb, dat slechts een verhuurplatform is zoals Booking.com of Expedia, en dat kortetermijnverhuur al bestond lang vóór de opkomst van deze platforms). Kortetermijnverhuur kent immers een groeiend succes, zoals gerapporteerd door Eurostat, waarvan de cijfers overigens overeenkomen met die vermeld voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest in het artikel: in Europa waren er in 2023 719 miljoen overnachtingen op 3 miljard (alle soorten toeristische accommodatie samen – hotel, aparthotel, kortetermijnverhuur, …), dus ongeveer 24% van de wereldburgers koos voor kortetermijnverhuur en niet voor een hotel. Waarom dan proberen de keuze van burgers wereldwijd, die kiezen voor een aanbod dat complementair is aan het hotelaanbod, te minimaliseren of te discrediteren? Dat werd overigens ook benadrukt door de rechtbank van koophandel van Parijs in een vonnis van 21 oktober. Het model van de toeristische residentie bestond al lang vóór Airbnb en het succes ervan is na Covid nog versterkt.
Over de impact op huurprijzen en vastgoedprijzen: “De gegevens zijn nihil”… “De mist is totaal”… “Het kan niet anders dan een impact hebben, aangezien woningen uit de markt worden gehaald”… “Voor een gekwantificeerde impact moeten we terugkomen, gezien de datavlakte.” Waarop baseert de uittredende regering zich dan om haar beleid te rechtvaardigen en economische actoren te verhinderen hun activiteit uit te oefenen? Hoe kan men beweren dat het algemeen belang wordt beschermd wanneer men weet – want daar bestaan wél gegevens over – wat de directe en indirecte economische effecten van kortetermijnverhuur zijn in steden en regio’s? Heeft men de impact op hotelkamerprijzen geëvalueerd? Heeft men het risico geëvalueerd dat bestemmingskiezers (want ja, zij stemmen niet voor lokale politici maar hun impact is niet te onderschatten) met één klik van bestemming veranderen en Brussel verlaten ten voordele van een andere stad met een competitiever, innovatiever en duurzamer toeristisch aanbod? Bovendien toont een studie van Ernst & Young in het Verenigd Koninkrijk aan dat de impact van kortetermijnverhuur op huurprijzen of woningprijzen nul of verwaarloosbaar is…
“In andere plaatsen wordt de problematiek overdreven. Daar fungeert Airbnb als een gemakkelijk doelwit in het politieke discours, waarbij een randfenomeen wordt aangewezen om de echte oorzaken niet aan te pakken…” We hebben nog steeds niet begrepen waarom de ordonnantie van 8 mei 2014 zonder onderscheid van toepassing was op het volledige grondgebied van de 19 gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest… Het is bovendien jammer dat de problematiek van leegstaande en verlaten woningen niet in het artikel wordt aangehaald, aangezien dit een belangrijke oplossingsbron vormt (zie PwC-studie in Frankrijk), van een totaal andere orde dan kortetermijnverhuur, en zonder economische tegenprestatie… Laten we ook opnieuw het quota-mechanisme als reguleringsinstrument “wijk per wijk” vermelden, dat tot op heden onbegrijpelijk werd afgewezen door de uittredende regering…
Gelukkig voor onze democratie is het juridische traject de enige garantie voor de invoering van een evenwichtig beleid dat het algemeen belang en de rechten van economische actoren in de sector van kortetermijnverhuur beschermt. Vermelden we enkele zeer recente belangrijke ontwikkelingen:
Op 7 november heeft de rechtbank van eerste aanleg de Stad Brussel veroordeeld, met dwangsommen, om de aanvragen voor brandveiligheidsattesten te behandelen.
Op 15 november 2024 heeft de 2e kamer van het Hof van Beroep te Brussel het Hof van Justitie van de Europese Unie bevraagd over de conformiteit met Richtlijn 2006/123 betreffende diensten op de interne markt van de ordonnantie van 8 mei 2014 betreffende toeristische logies, en in het bijzonder over de voorwaarde van conformiteit met stedenbouwkundige normen. Het Hof van Beroep heeft hiervoor een aantal prejudiciële vragen gesteld aan het HvJ-EU.
Last but not least behandelt het Grondwettelijk Hof een beroep tot vernietiging van de ordonnantie van 1 februari 2024, ingediend op 5 augustus, eveneens met prejudiciële vragen aan het HvJ-EU.
Naast dit noodzakelijke juridische traject, en zonder alle pistes die elders op deze site werden ontwikkeld te herhalen, lijkt het belangrijk te herinneren dat STR-Belgium:
pleit voor een echte dialoog tussen alle stakeholders en ter beschikking staat van de toekomstige Brusselse regering om samen een competitieve, innovatieve en duurzame toeristische markt te ontwikkelen die het algemeen belang beschermt;
een sterke voorstander is van een grotere betrokkenheid van de academische wereld door de politiek bij het zoeken naar oplossingen voor een complex en systemisch probleem, in alle wetenschappelijke domeinen en niet enkel socio-demografie: nee aan een lokaal optimum, ja aan een globaal optimum;
het Europese reguleringsproject voor kortetermijnverhuur volledig ondersteunt, dat – in tegenstelling tot wat in de online versie van het artikel wordt vermeld – in werking zal treden op 20 mei 2026 (dus binnen minder dan twee jaar en niet binnen 48 maanden). Hoewel de doelstellingen van dit project lovenswaardig zijn en de markt zullen saneren (geen registratienummer = geen advertentie op platforms; traceerbaarheid van verhuuractiviteiten), is het essentieel dat de Europese regels worden gerespecteerd door de lokale regelgeving die de voorwaarden voor het verkrijgen van deze registratienummers zal bepalen, en in het bijzonder de Dienstenrichtlijn van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt. De cirkel is rond…
Herinnering aan enkele relevante actualiteiten:
Lettre ouverte aux citoyen(ne)s de la Région de Bruxelles-Capitale – STR Belgium

