Lees de volledige advies
Gerelateerde LinkedIn-publicaties: Cabinet Concordes & Cabinet Steinberg & Andrieux
De conclusies van de advocaat-generaal in zaak C-813/24 zijn onomstotelijk en worden hier integraal weergegeven:
“139. Gelet op het voorgaande geef ik het Hof in overweging om het hof van beroep Brussel het volgende antwoord te verstrekken:
Richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt moet aldus worden uitgelegd dat
- artikel 9 van richtlijn 2006/123 zich niet verzet tegen een wettelijke regeling die de regelmatige of incidentele exploitatie van een woning als toeristische accommodatie afhankelijk stelt van een voorafgaande aangifte en registratie, voor zover die regeling noodzakelijk en evenredig is in het licht van de bescherming van toeristen en het stedelijk milieu. Het staat aan de nationale rechterlijke instantie om de noodzaak en evenredigheid van die regeling te beoordelen, met inachtneming van de geografische reikwijdte, de onderbouwing met nauwkeurige studies en gegevens, en de impact op de woonbehoeften in de stedelijke zones waar zij van toepassing is;
- artikel 10 van richtlijn 2006/123 zich verzet tegen een wettelijke regeling die de exploitatie van een toeristische accommodatie afhankelijk stelt van de overlegging van een stedenbouwkundig attest van conformiteit, wanneer voor het verkrijgen van dit attest eerst een stedenbouwkundige vergunning moet worden verkregen en dit attest wordt afgegeven door gemeentelijke autoriteiten met een ruime beoordelingsmarge, krachtens een nationale regeling die niet duidelijk, objectief en transparant is;
- artikel 13 van richtlijn 2006/123 zich verzet tegen een wettelijke regeling die de exploitatie van een toeristische accommodatie afhankelijk stelt van de overlegging van een stedenbouwkundig attest van conformiteit wanneer die regeling geen termijn voor de afgifte van dat attest vaststelt, geen specifieke motiveringsplicht oplegt en niet voorziet in een specifieke beroepsmogelijkheid tegen weigeringsbesluiten.”
Op basis van dit advies zal het Hof van Justitie van de Europese Unie de komende maanden uitspraak doen.

