Dit interview op La Première van 12 juli 2023 (link naar de geluidsopname van La Première) Toerisme in Brussel: niet-hotelmatige accommodaties hebben het niveau van vóór covid niet teruggevonden (P. Vandenbulcke – LP 12/07/23) – – Auvio (rtbf.be), waarin de directeur van visit.brussels tussenkomt, verdient verschillende opmerkingen:
- Allereerst wordt de bezoeker verwezen naar de “slider” van de website (klik op de knop “Statement” om deze te openen) om goed te begrijpen dat, als AllTheRooms 4.800 niet-hotelmatige toeristische accommodaties telt, slechts een zeer klein aantal toeristische residenties geregistreerd is (96) en zelfs als men daar de geregistreerde verblijven bij particulieren (166) aan toevoegt, er slechts ongeveer 5% van de “legale” markt zou zijn … met andere woorden, 95 tot 98% van de niet-hotelmatige accommodatiemarkt waarover wordt gesproken, is illegaal!
- “er is een Covid-effect”: deze bewering lijkt ons in 2023 niet correct. Het is uiteraard duidelijk dat covid tot gevolg had dat het aantal toeristische residenties werd beperkt bij gebrek aan toeristen, maar de toeristische residentie werd, door de specifieke kenmerken die zij biedt — met name autonomie (toegang, ter beschikking gestelde ruimtes) — na de gezondheidscrisis juist opnieuw sterk door toeristen geprefereerd. De cijfers van Eurostat bevestigen trouwens deze tendens. Ter herinnering: het aanbod van kortetermijnverhuur vertegenwoordigt gemiddeld 25% van de markt in de lidstaten van de Europese Unie. En de vraag naar toeristische residenties volgt a fortiori de trend van de Eurostat-barometer voor alle toeristische accommodaties (ter herinnering: toeristische accommodatie per definitie = hotel, aparthotel, toeristische residentie, verblijf bij particulieren, jeugdherberg en camping, op basis van de eigen definitie van de Regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest).
- “er is de Brusselse wetgeving die tot doel heeft een correct evenwicht te behouden tussen de inwoner en de toerist en dus is het duidelijk dat de wil van het Brussels Gewest niet is om een explosie van het aanbod aan toeristische accommodaties te hebben die tegen de inwoners zou ingaan.” Men kan alleen maar getroffen worden door de aard van het nagestreefde evenwicht: als men het aantal toeristische accommodaties moet beperken, zou men dan ook het aantal hotels moeten beperken. Nochtans kan men alleen maar vaststellen dat het hotelaanbod in Brussel aanzienlijk groeit — en dat is maar goed ook. Men kan zich dus afvragen naar welk evenwicht de heer Bontinck verwijst: neemt hij het aantal van 4.800 niet-hotelmatige toeristische accommodaties als referentie (= reële markt)? Of ondersteunt hij de stelling van de regering volgens welke het aantal toeristische accommodaties op de markt zou moeten convergeren naar de momenteel geregistreerde/“legale” markt, namelijk een drastische vermindering van ongeveer 95% van het aanbod aan niet-hotelmatige toeristische accommodaties? STR-Belgium behandelt op zijn website de cruciale uitdagingen van deze thematiek en vraagt om democratische en objectieve debatten over de argumenten die door de tegenstanders van toeristische residenties worden aangevoerd: de bescherming van huisvesting, eerlijke concurrentie in de sector en openbare rust.

