STR-Belgium reageert op de verklaringen van de Brussels Hotels Association (BHA)

STR-Belgium wil reageren op de verklaringen van de BHA in de pers van vorige week:

Ter herinnering: het Brussels Hoofdstedelijk Gewest heeft al jarenlang de weinig benijdenswaardige hoogste clandestiniteitsgraad van niet-hotelier toeristisch verblijf (toeristische residenties) in de Europese Unie (> 95 %), ten nadele van de afnemers van diensten en van alle actoren in de toeristische huisvestingssector (hotels en niet-hotels) die legaal opereren of proberen te opereren. Zou het regelgevend kader dat de activiteit omkadert zelf niet onwettig zijn?

De BHA zegt “volledig gekant te zijn tegen de invoering van quota voorgesteld door ‘sommigen’”, “wat niets minder zou zijn dan een gedwongen regularisatie van illegale accommodaties”. In werkelijkheid spreekt de BHA zichzelf tegen door te pleiten voor “de uitvoering van de ordonnantie van 1 februari 2024 met de nodige middelen”, aangezien zij daarmee volledig voorstander is van de invoering van quota — of beter gezegd van het quota “0” voor toeristische residenties die het hele jaar worden verhuurd — met andere woorden van een verbod om een economische activiteit die concurreert met de hotelsector legaal uit te oefenen, ten nadele van de dienstontvanger, de toerist (vrije tijd of zaken). Is het aan de BHA om de reguleringsmechanismen van een concurrerend segment van haar activiteit te bepalen?

De sector van de kortetermijnverhuur wordt sterk gewaardeerd door reizende wereldburgers in Europa, zowel voor vrije tijd als voor zaken, en het klopt dat ongeveer 1 op de 4 klanten voor kortetermijnverhuur kiest als type toeristische accommodatie in plaats van traditionele hotels, zoals blijkt uit de Eurostat-cijfers voor 2023: 719 miljoen overnachtingen in kortetermijnverhuur op een totaal van 3 miljard voor alle categorieën toeristische accommodaties. Deze trend zet zich voort in alle Europese landen (+18 % in België tussen augustus 2023 en augustus 2024). De strenge regelgeving in Brussel, gecombineerd met de recente uitbreiding van het aantal hotelkamers, leidt echter eerder tot een aandeel van ongeveer 10 % kortetermijnverhuur binnen het totale toeristische accommodatieaanbod. Dit doet niets af aan de groeiende aantrekkingskracht van toeristische residenties, in Brussel net zoals elders.

Een toeristische residentie (villa of appartement dat in zijn geheel ter beschikking wordt gesteld in de zin van de ordonnantie van 8 mei 2014) is geen hotelkamer en beschikt over faciliteiten (ruimte, keuken, …) die door bepaalde categorieën toeristen worden gewaardeerd: dit aanbod is dus complementair aan de traditionele hotelsector en werd nog zeer recent als dusdanig erkend door de Rechtbank van Koophandel van Parijs in een vonnis van 21 oktober 2024.

Op basis hiervan pleit STR-Belgium voor een registratie van actoren die proberen alle regels na te leven, in het belang van de veiligheid van de dienstontvanger en van de aantrekkelijkheid van de hoofdstad van Europa, terwijl tegelijk de impact — voor zover bewezen — in bepaalde wijken op het aanbod van betaalbare woningen wordt beheerst. De oplossing van wijkgerichte quota, waar nodig, is een krachtig instrument dat in Europa wijdverspreid is. Het is bovendien belangrijk om de waaier van illegaliteit binnen de sector voor ogen te houden: van actoren die volledig in het verborgene opereren, tot degenen die aan al hun verplichtingen voldoen (inkomsten- en citytax-aangifte, veiligheids- en verzekeringsattesten, …) maar die — terecht — niet beschikken over een stedenbouwkundig conformiteitsattest wegens een verouderd Gewestelijk Bestemmingsplan (GBP/PRAS). Laten we hopen dat de toekomstige Brusselse regering zich zal buigen over een grondige herziening van dit belangrijke instrument via het project Share the City.

Het vaak aangehaalde argument dat men verwijderd zou zijn van de oorspronkelijke “Airbnb-filosofie”, terwijl kortetermijnverhuur al tientallen jaren bestond vóór het ontstaan van dit platform, houdt geen stand tegenover de hierboven beschreven vraagtrends.

Geen enkele studie identificeert het afschaffen van kortetermijnverhuur als een structurele oplossing voor de acute wooncrisis, noch in Brussel (zie bijvoorbeeld de OESO-studie), noch elders in Europa. Een eenvoudige redenering ad absurdum op basis van cijfers van het woningbestand in het Brussels Gewest ten opzichte van het aantal toeristische residenties ondersteunt deze stelling gemakkelijk. In plaats van te redeneren vanuit één enkele parameter, afhankelijk van de te verdedigen these, vormt de recente studie van Biggar Economics in Edinburgh een inspiratiebron, met een essentiële systemische benadering die ook alle positieve economische effecten van kortetermijnverhuur binnen het ecosysteem van een stad evalueert. Kortetermijnverhuur beperken betekent een deel van de wereldburgers zeggen dat zij elders moeten gaan — wat zij in één klik zullen doen. Kan Brussel zich dat werkelijk permitteren?

Het voorbeeld van New York, dat geprobeerd heeft een systeem “naar Brussels model” in te voeren, is veelzeggend: de huurprijzen bleven stijgen, net zoals de prijzen van hotelkamers.

Het systeem van wijkgerichte quota werd door de sector van de kortetermijnverhuur zelf voorgesteld en wordt verdedigd door politieke actoren die gisteren nog in de oppositie zaten in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en zich vandaag in de nieuwe gemeentelijke en (toekomstige) gewestelijke meerderheden bevinden. Wij herinneren in dit verband aan de parlementaire debatten (commissie Territoriale Ontwikkeling en plenaire vergadering) in januari 2024, waar met name de standpunten van MR en Les Engagés zeer duidelijk waren.

Het wordt voor politici steeds duidelijker dat de sociaal-economische representativiteit van de kortetermijnverhuursector groeit, gezien de aandacht die wereldburgers eraan besteden. De sector, waarvan de fragmentatie tegenstanders niet mag doen denken dat hij verzwakt is, bestaat uit burgers en kleine en middelgrote ondernemingen die een echt ecosysteem vormen met directe en indirecte economische effecten voor steden. In dit verband verheugt STR-Belgium zich over het meerderheidsakkoord van de Stad Brussel 2024-2030 waarin staat dat “de Stad de regulering van de markt van toeristische accommodaties zal voortzetten via onder meer de ontwikkeling van een partnerschap met de sector van de kortetermijnverhuur en de opzet van pilootprojecten die tot doel hebben de activiteit harmonieus te integreren in de stedelijke ruimtes.” STR-Belgium is volledig bereid deze constructieve dynamiek op gewestelijk niveau voort te zetten zodra de regering is gevormd.

Tot slot herinneren wij aan enkele fundamentele juridische elementen:

  • In de huidige stand van zaken is de uitvoering van de nieuwe ordonnantie van 1 februari 2024, zoals gevraagd door de BHA, niet mogelijk, aangezien enerzijds de uitvoeringsbesluiten nog niet werden vastgesteld door de (toekomstige) Brusselse regering, en anderzijds deze ordonnantie het voorwerp uitmaakt van een annulatieberoep bij het Grondwettelijk Hof, ingediend op 5 augustus 2024;
  • Naast de inbreukprocedure die door de Europese Commissie werd opgestart en waaraan het Brussels Hoofdstedelijk Gewest via de lidstaat België onderworpen is, en die zich momenteel nog in de onderzoeksfase bevindt, is de wettigheid van de ordonnantie van 8 mei 2014 het voorwerp van prejudiciële vragen die door het Hof van Beroep te Brussel aan het Hof van Justitie van de Europese Unie werden gesteld in het kader van een arrest van 14 november 2024.

Aan de vooravond van de implementatie van het Europese reguleringstraject voor de kortetermijnverhuursector, gepland op 20 mei 2026, heeft STR-Belgium alle vertrouwen in de nationale en Europese juridische instanties om een proportioneel en onpartijdig regime in Brussel te herstellen — een echt evenwichtspunt dat een economische sector toelaat te bestaan met respect voor het algemeen belang (bescherming van consumenten, wereldburgers en economische actoren) en dat de aantrekkelijkheid van Brussel garandeert dankzij een competitieve, innovatieve en duurzame markt voor toeristische accommodatie.

STR-Belgium blijft openstaan voor overleg met alle stakeholders om samen met de politieke overheden op de verschillende niveaus een evenwichtig regelgevend kader uit te werken.