Ordonnantie toeristische accommodaties – Samenvatting van de plenaire zitting in het Brussels Parlement van 26 januari

Herbeleef de debatten in de plenaire zitting van het Parlement (vanaf 2u08’15).

De stemming van het Brussels Parlement vond plaats op vrijdag 26 januari: slechts met een zeer nipte meerderheid (40 stemmen “voor” tegenover 35 stemmen “tegen” of “onthoudingen”) werd het ontwerp van ordonnantie betreffende toeristische accommodatie van Minister-President Rudi Vervoort goedgekeurd. De Minister-President wilde absoluut zijn trofee vóór de verkiezingen, en zijn methode om dit erdoor te drukken — zowel inhoudelijk als qua vorm — is onaanvaardbaar en onwaardig voor een Minister-President van een gewest met 1,22 miljoen inwoners, bovendien de hoofdstad van Europa. Maar… intellectuele eerlijkheid en politieke verantwoordelijkheid beginnen geleidelijk opnieuw de bovenhand te nemen op opportunistische politieke en lobbykrachten dankzij het hardnekkige werk van oppositieparlementsleden… maar ook van leden van de meerderheid. Wij prijzen het werk en de moed van mevrouw Pauthier (Ecolo) in dit verband. Om oppositieparlementslid Matthias Vanden Borre (N-VA) te parafraseren: een geheime stemming zou dit ontwerp van ordonnantie in elk geval hebben verworpen.

Uiteindelijk komt het vertrouwen van STR-Belgium in zijn strijd aanzienlijk versterkt uit deze twee parlementaire zittingen. En u zult begrijpen waarom bij het herlezen van onze debriefing hieronder. Ter herinnering: de debriefing over de “debatten” in de commissie van 15 januari was al zeer verhelderend wat betreft het gebrek aan rechtvaardiging van deze volledig disproportionele en duidelijk partijdige ordonnantie.

Wij gaan de relevante en glasheldere interventies van de oppositieparlementsleden, die er alles aan hebben gedaan om de Minister-President te stoppen in zijn poging om het onverdedigbare te verdedigen, niet ontleden. Het is de moeite waard om ernaar te luisteren — neem de tijd om de interventies te bekijken van de heer Coomans de Brachène (MR) – 2u08’40 & 3u22’45 / de heer Vanden Borre (N-VA) – 2u18’20 & 3u24’18 / mevrouw De Smedt (PTB) – 2u35’00 / mevrouw De Baets (CD&V) – 2u54’32 / de heer De Beukelaer (Les Engagés) – 3u01’00 / de heer Kennis (Agora) – 3u06’33.

Wij zullen ons eerder richten op de interventies van twee parlementsleden van de meerderheid, mevrouw Pauthier (Ecolo) – 2u38’00 en de heer De Bock (DéFI) – 2u49’35.

We lichten eerst enkele passages van mevrouw Pauthier uit, die ondanks haar recente betrokkenheid bij het dossier veel pertinente observaties maakte:

  • “de sector van toeristische accommodatie is complementair aan het hotelaanbod” (2u38’50)
  • “de ontwikkeling van deze sector heeft zeker een positieve druk uitgeoefend op het prijsbeleid van hotels” (2u38’58)
  • “Brussel trekt een ander publiek aan dat geïnteresseerd kan zijn in andere vormen van accommodatie” (2u39’20)
  • “Volgens mij kunnen we onze Brusselse situatie niet vergelijken met die van steden die (nog) veel aantrekkelijker zijn op de culturele citytripmarkt en waar vooral de woningmarkt niet dezelfde is of niet op dezelfde manier wordt gereguleerd” (2u39’40)

Mevrouw Pauthier benadrukte dat rekening moet worden gehouden met alarmsignalen en trends op basis van wat in andere steden gebeurt en wat bepaalde studies zeggen over de Brusselse situatie, met gedifferentieerde vaststellingen per gemeente (eerste kroon versus tweede kroon), terwijl zij onderstreepte dat de te nemen maatregelen “proportioneel en objectief onderbouwd” moeten zijn.

De Ecolo-fractie blijft op dit stadium met verschillende vragen en vaststellingen zitten (2u41’58): de relevantie van de categorieën moet worden aangetoond op basis van de verdeling van capaciteit en inkomsten (cf. BSI-studie 2019); onderscheid tussen particuliere beheerders en ondernemingen; criteria voor het verkrijgen van afwijkingen op het GBP als garantie voor de functieverdeling in wijken; versterking van inspectiemiddelen in een context van aanwervingsmoratorium; hoe administraties de gelijktijdige stroom van regularisaties zullen beheren (wat wenselijk is en het doel van de ordonnantie — al lijkt hier een misverstand te bestaan, aangezien er volgens ons geen regularisatie maar eerder vernietiging van de markt zal plaatsvinden); wijkquota; de progressieve toeristenbelasting (selectief vergeten door de Minister-President uit de VUB-studie in opdracht van Innoviris); en het grote belang van de hervorming van het GBP. Zij benadrukte dat toeristische accommodatie moet worden meegenomen in de studies voor deze hervorming en dat een brede consultatie van stakeholders op een correct geïnformeerde basis onmisbaar zal zijn (opmerking: dit ziet er slecht uit — perspective.brussels heeft niet gereageerd op onze herhaalde verzoeken om te worden betrokken bij het Share the City-project). Zij merkte ook op dat het afhankelijk maken van een economische vergunning van een attest uit een ander domein (stedenbouw) juridisch “meer dan heterodox” kan blijken (cf. BSI 2019), wat betekent dat het BWRO moet worden aangepast om toeristische accommodatie te omkaderen.

Verder (2u46’07): “De tekst was het resultaat van een brede consultatie van de sector en wij hebben u vertrouwd.” “Minstens twee lokale operatoren beweren niet te zijn geraadpleegd, blijven interpellereren en vragen via de oppositie hoorzittingen.” Wij maken van de gelegenheid gebruik om te verduidelijken dat STR-Belgium inderdaad de enige gesprekspartner is van de sector van kortetermijnverhuur. De tweede gesprekspartner waarnaar mevrouw Pauthier waarschijnlijk verwijst, is eveneens lid van STR-Belgium en deelt dezelfde vaststellingen. Het is belangrijk te benadrukken dat de sector georganiseerd is en dat de tactiek van de Minister-President om te “verdelen om te heersen” (1u17’35) niet zal werken. Het antwoord van de Minister-President op dit punt, tijdens de interventie van parlementslid Dagrin (PTB) – 1u12’19, is veelzeggend doordat er geen inhoudelijk antwoord werd gegeven. Blijkbaar ondergaat ook de taxisector een gelijkaardige ontkenning en gebrek aan respect van de Minister-President.

“Ze hebben op één punt geen ongelijk…” Mevrouw Pauthier benadrukte dat de ordonnantie de huisvestingsproblemen van de Brusselaars noch de problemen van openbare overlast zal oplossen, en zij herinnerde aan de komst van de Europese regulering van de sector (2026) binnen het kader van de Dienstenrichtlijn.

(2u48’00): “Het gaat om een belangrijk onderwerp waarbij een kwalitatief democratisch debat van belang is voor vele actoren… een economische activiteit die aan een vraag beantwoordt, ook voor doelgroepen die niet naar hotels gaan, en deze economische actoren zijn niet noodzakelijk cowboys… er zijn misschien wel serieuze mensen die onder duidelijke regels willen werken.” “De platformeconomie moet niet op een manicheïsche manier worden benaderd maar als een kans voor innovatieve oplossingen die wel moeten worden gereguleerd om het algemeen belang te beschermen.”

Laten we nu kijken naar de interventie van de heer De Bock (DéFI – 2u49’35):

“Wij hadden enkele twijfels geuit over de legaliteit van de ordonnantie ten opzichte van de Dienstenrichtlijn… die twijfels zijn relevant gebleken.” “Beantwoorden wij die vraag correct? We hopen van wel.” “We zullen zien, want er zijn al beroepen aangekondigd.” “Het advies van de Raad van State verwijst naar zijn eigen opmerkingen van 2014 en, tussen de lijnen gelezen, heeft de Raad van State nog bedenkingen en meent hij dat niet aan alle bezorgdheden tegemoet is gekomen.”

De heer De Bock verwees naar “bewezen huurprijsstijgingen in bepaalde wijken van Parijs.” Men kan vaststellen dat een gedifferentieerde logica dan ook naar analogie op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zou moeten gelden, maar dat is niet het geval.

Wat betreft “onderverhuur zonder medeweten van de verhuurder”: dit fenomeen is waarschijnlijk reëel maar moet sterk worden gerelativeerd, aangezien dit niet langer mogelijk zal zijn via platforms zoals Airbnb zodra de Europese regulering wordt ingevoerd. Na deze parlementaire debatten kan men zich overigens terecht afvragen waarom de huidige ordonnantie zou worden toegepast vóór de Europese regelgeving (2026).

“Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft in de Parijse zaak geoordeeld dat de proportionaliteit werd gerespecteerd wanneer het goed occasioneel wordt verhuurd en door de exploitant als hoofdverblijf wordt bewoond.” Dit punt is al gedekt door de huidige ordonnantie via de categorieën verblijf bij de inwoner of toeristische residentie (minder dan 120 dagen). Wij kunnen alleen hopen dat deze mogelijkheid behouden blijft in het uitvoeringsbesluit. Anderzijds betreuren wij de positionering van DéFI tussen individu en onderneming: DéFI vergeet volledig het bestaan van de professionele sector van toeristische residenties. Waarom?

En, op een bijna surrealistische manier (3u13’38), gezien de uitgebreide pleidooien van oppositieparlementsleden en van Ecolo en DéFI, kan iedereen het gebrek aan inhoud en vorm van het antwoord van de Minister-President beoordelen. Wij zullen geen tijd verliezen met het analyseren van deze mix van tegenstrijdigheden, onjuistheden, gebrek aan transparantie, gebrek aan politieke wil (wij zoeken nog steeds de “toerisme”-dimensie bij de Minister-President, hoewel dit zijn ministeriële bevoegdheid is) en… electoralisme. Het probleem ligt dus duidelijk bij de “Professor”, om de heer De Beukelaer te parafraseren. En de heer Vanden Borre concludeerde het best (3u24’18): men mag meer ernst verwachten van een Minister-President van de hoofdstad van Europa die ervoor heeft gekozen het politieke risico te nemen om het onverdedigbare te verdedigen ten koste van het algemeen belang. Helaas was tien jaar verliezen niet voldoende — de Brusselaars zullen nog enkele jaren de kosten van dit gebrek aan verantwoordelijkheid moeten dragen.

Wat zijn nu de volgende stappen voor STR-Belgium?

Vanuit juridisch oogpunt: wij wachten op de effectieve publicatie van deze ordonnantie in het Belgisch Staatsblad en bereiden ons voor om deze aan te vechten bij het Grondwettelijk Hof. Wij zullen ook de relevantie beoordelen om het toekomstige uitvoeringsbesluit aan te vechten bij de Raad van State. STR-Belgium staat bovendien in direct contact met de Europese Commissie en via EHHA; alle juridische aspecten op Europees niveau maken integraal deel uit van de analyse.

Vanuit politiek oogpunt: in de aanloop naar de verkiezingen van 9 juni staat STR-Belgium ter beschikking van alle politieke partijen om — grotendeels “from scratch” — een echte ordonnantie betreffende toeristische accommodatie in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest mee uit te werken, met “SMART”-doelstellingen, met als doel voor de hoofdstad van Europa een werkelijk competitieve, innovatieve en duurzame toeristische markt te creëren in het belang van alle Brusselse burgers… en de wereld. Daartoe pleit STR-Belgium ervoor dat de academische wereld het voortouw neemt in de impactanalyse voor alle kiezerscategorieën. Dit is volgens ons de enige manier om een objectief antwoord te bieden op deze thematiek en had eigenlijk al lang door de Regering moeten worden geïnitieerd.

Versterkt door de inhoud van deze twee parlementaire zittingen zet STR-Belgium zijn acties voort bij andere instanties die betrokken partij kunnen zijn in deze materie.

Wordt vervolgd…