New York: het einde van Airbnb duwt toeristen richting illegaliteit | L’Echo (lecho.be)
Uittreksel: « … Naast de stijging van de hotelprijzen reageerde de huurmarkt in tegenstelling tot de verwachtingen. Volgens de Amerikaanse verhuurwebsite ApartmentList zijn de huren in januari met 2,3% gestegen ten opzichte van het voorgaande jaar … ».
Binnen enkele jaren zullen burgers van over de hele wereld de New Yorkse autoriteiten bedanken omdat zij in de praktijk hebben aangetoond wat de volledige sector van kortetermijnverhuur had voorspeld. Oproep tot nuance: reguleren is niet verbieden!
En in Brussel? Dit is wat er de komende maanden zal gebeuren om Brussel, hoofdstad van Europa, te geven wat het verdient: een competitieve, innovatieve en duurzame toeristische markt die het algemeen belang beschermt! STR-Belgium staat ter beschikking van de politieke actoren van de volgende Brusselse regering om eindelijk in een fase van co-constructie te treden.
Op politiek niveau hebben zowel de oppositiepartijen als die van de meerderheid begrepen dat wat al bijna 10 jaar in Brussel wordt toegepast (+95% van de markt is clandestien), en wat minister-president Rudi Vervoort probeert voort te zetten met verhoogde boetes via zijn nieuwe ordonnantie die op 7 februari laatstleden in het Belgisch Staatsblad werd gepubliceerd, enkel dient om particuliere belangen te bevoordelen ten koste van het algemeen belang. Herbekijk de plenaire zitting van het Parlement van 26 januari om u daarvan te overtuigen.
Op juridisch niveau zal het Grondwettelijk Hof zich in de komende maanden moeten uitspreken over deze nieuwe ordonnantie. Voor wie er nog aan twijfelt: het is voor de sector uiteraard absoluut uitgesloten om deze nieuwe, duidelijk partijdige ordonnantie te aanvaarden!
Last but not least zal de Europese Unie tegen 2026 haar reguleringsproject voor de sector implementeren, dat op 29 februari een nieuwe stap heeft gezet in het Europees Parlement. Concreet: geen registratienummer = geen advertentie op de platforms. Alleen … de lokale regels die (al dan niet) leiden tot het verkrijgen van een registratienummer zullen in overeenstemming moeten zijn met de Europese Dienstenrichtlijn. De zeer recente gevallen in Ierland, Catalonië (informatie beschikbaar op aanvraag), Amsterdam en Nice (specifiek met betrekking tot mede-eigendom) zijn voldoende illustratief en zouden lokale autoriteiten ertoe moeten aanzetten hun beleid met de nodige nuance te bekijken. Een boodschap aan de politieke actoren van de volgende regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest!
Tot slot vat het artikel van L’Echo de te oplossen vergelijking goed samen aan het einde: « hoe kan men de economische groei van een toeristische stad bevorderen zonder de bekommernissen van de lokale bewoners in het gedrang te brengen? » Die vergelijking moet door de academische wereld worden opgelost, op voorwaarde dat het probleem in zijn geheel correct wordt geformuleerd, waarbij ook rekening wordt gehouden met de afstemming tussen toeristisch aanbod en vraag, zowel kwalitatief als kwantitatief. Het gaat wel degelijk om een evenwicht dat moet worden gevonden, en er bestaat vandaag eenvoudigweg geen studie die een systemische analyse maakt los van demagogische politieke en lobbybelangen. Ter herinnering: STR-Belgium heeft de basis gelegd voor deze impactanalyse die nodig is om het algemeen belang te beschermen.
Indien de regering reeds beschikt over interessante puzzelstukken waarvan zij tot op heden relevante aanbevelingen heeft genegeerd:
de recente studie van de OESO waarvan de samenvatting in Le Soir duidelijk is over de huisvestingsthematiek: « Het rapport gaat niet voorbij aan strategische inspanningen die de voorbije twee decennia zijn geleverd om de situatie te verbeteren, met name ‘stimulansen voor de private sector om meer betaalbare woningen te bouwen’. Maar het wijst op talrijke obstakels zoals blijvend onvoldoende financiering en de complexiteit van het afleveren van stedenbouwkundige vergunningen. De aanbevelingen om de wooncrisis in te dijken berusten op één mantra: het aanbod aan betaalbare woningen verhogen waar dat nodig is. Via een herziening en vereenvoudiging van het vergunningenbeleid bijvoorbeeld. Of door productie te ondersteunen via soepelere plannings- en stedenbouwregels en een uitbreiding van fiscale voordelen van publieke actoren naar gemotiveerde investeerders en projectontwikkelaars. Tot slot suggereert de OESO meer flexibiliteit voor gemeenten om bijvoorbeeld meer en hoger te bouwen in ruil voor meer sociale woningen, de invoering van huurprijsregulering en een meer evenwichtige spreiding van het publieke woningaanbod in het Gewest. » En dus ja, de OESO heeft de sector van kortetermijnverhuur niet als zondebok genomen …
de studie van het Brussels Instituut voor Statistiek en Analyse (BISA) die duidelijk vermeldt: « Het ‘Airbnb-effect’ is verre van uniform over het gewestelijk grondgebied, zoals blijkt uit de kaart op basis van Périlleux (2023), gebaseerd op AirDNA-gegevens van 2019 waaruit werd geschat dat 2.450 woningen uit de klassieke Brusselse woningmarkt werden gehaald (7). » Maar waarom maken de huidige en toekomstige ordonnanties dan geen onderscheid tussen wijken van de 19 gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest?!
de studie van professor Verhaeghe waarnaar het artikel van Le Soir van 22 november verwees: « Hoewel hij pleit voor strikte regulering voor professionele bedrijven [nvdr: wat nog altijd milder is dan de huidige verkapte verboden], herinnert Pieter-Paul Verhaeghe er ook aan dat kleine ‘actoren’ deze bron van extra inkomsten gebruiken om te leven. Andere suggesties van de socioloog: progressieve toeristenbelastingen invoeren en het aanbod beter spreiden over de hele regio. ‘Er zijn te veel advertenties in het stadscentrum. Maar men kan meer aanbod hebben in andere gemeenten waar er zeer weinig van dit type toeristische woningen zijn en waar dit de horeca kan ten goede komen – bijvoorbeeld aan de andere kant van het kanaal, dat ook een grens vormt voor Airbnb.’ « … we recommend targeted measures that maintain the market’s positive aspects, such as the additional income it generates for local residents, the stimulation it offers to Brussels’ economy, and the potential positive effects it can bring to neighbourhoods with fewer traditional hospitality businesses … ».
De eerste taak van de volgende Brusselse regering op het vlak van toeristische accommodaties lijkt dan ook evident: een systemische studie toevertrouwen aan de academische wereld, waarvan de resultaten eerst in Brussel maar ook op generieke wijze voor steden wereldwijd kunnen worden benut. Als hoofdstad van Europa is het meer dan tijd om het voorbeeld te geven en te evolueren naar een competitieve, innovatieve en duurzame toeristische markt met behoud van het algemeen belang!

