MEMORANDUM STR-BELGIUM — INTEGRATIE VAN DE KORTE TERMIJN VERHUUR IN EEN CONCURRERENDE, INNOVATIEVE EN DUURZAME BRUSSELSE TOERISTISCHE MARKT

van 13 oktober 2024 vestigt STR-Belgium opnieuw de aandacht om de problematiek en de aanbevelingen van de Vereniging om te zetten in een door de volgende regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest te valideren en uit te voeren actieplan.

Er zij aan herinnerd dat het toekomstige regelgevingskader voor toeristische accommodatie zoals vervat in een ontwerpordonnantie die op 7 februari 2024 in het Belgisch Staatsblad is gepubliceerd, het voorwerp is geweest van talrijke relevante interpellaties door alle oppositiepartijen, maar ook door de meerderheid, toen de minister-president het aan het begin van het jaar geforceerd door het Parlement loodste. De debriefing van de parlementaire zitting van 15 januari en de plenaire vergadering van 26 januari tonen duidelijk het schrijnend gebrek aan antwoorden en motiveringen aan voor de schadelijke, tegen het algemeen belang ingaande, voorstellen van de minister-president. Het onderwerp korte termijn verhuur is een complex en veelzijdig onderwerp en het is betreurenswaardig om regels voor te stellen die neerkomen op een verbod op basis van electorale overwegingen zonder wetenschappelijke onderbouwing van de werkelijke impact van deze activiteit op de huisvestingscrisis. Ter informatie heeft STR-Belgium de huidige en toekomstige regelgeving in één bladzijde samengevat in haar persbericht van 18 december 2023.

In plaats van regelgeving op basis van beperkingen te overwegen, moedigt STR-Belgium de partijen in de nieuwe zittingsperiode aan om in termen van opportuniteiten en vanuit een holistische benadering, de regelgeving voor de sector op te stellen. Onderzoek van de werkingsmechanismes en met name besluitvorming op basis van meerdere criteria zouden een waardevolle hulp voor de volgende regering kunnen zijn om een optimale oplossing te vinden die het algemeen belang dient. In dit verband heeft STR-Belgium in januari 2024 een denkkader voorgesteld in de vorm van een effectbeoordeling voor de verschillende groepen kiezers in Brussel  voor een objectieve beoordeling ontdaan van elke opportunistische lobby. Een eind 2023 gepubliceerde open brief aan de inwoners van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest ging daar aan vooraf.

Naast deze analyse en lopende en toekomstige juridische stappen, met name bij het Grondwettelijk Hof tegen de nieuwe ordonnantie van 1 februari 2024, wil STR-Belgium de nadruk leggen op de verschillende kernelementen die in de beschouwingen van de volgende regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, in nauwe samenwerking met de sector korte termijn verhuur, naar voren zouden moeten komen:

  • De sector korte termijn verhuur draagt bij aan oplossingen voor verschillende belangrijk stedelijke beleidsuitdagingen (woongelegenheid, energie prestatie van gebouwen en toeristische aantrekkelijkheid)! Vaak opgevoerd en aangevallen als zondebok die verantwoordelijk is voor de huisvestingscrisis. De sector korte termijn verhuur biedt daarentegen oplossingen die de Brusselse Hoofdstedelijke Regering in samenwerking met de sector kan inzetten om woningen te creëren en de energierenovatie van gebouwen te versnellen. Bovendien draagt de sector bij tot de diversiteit van het aanbod van toeristische accommodatie en daarmee tot de aantrekkelijkheid van de bestemming voor een brede waaier aan bezoekerscategorieën.

  • Vraag van de markt! Het is bovendien absoluut onmogelijk om voorbij te gaan aan de ontwikkeling van de vraag naar korte termijn verhuur. Die verhuur die voorziet in een sterke bij zowel de inwoners van Europa als daarbuiten behoefte om het hotelaanbod aan te vullen, zoals blijkt uit cijfers van Eurostat.

  • Overtoerisme, echt?!| Tegelijkertijd is het te gemakkelijk, onjuist en schadelijk om gelijk met het risico van overtoerisme aan te komen zetten om het quasi-verbod van korte termijn verhuur door de Brusselse Hoofdstedelijke regering op haar gehele grondgebied te rechtvaardigen. Handelaren in bepaalde wijken — zelfs in de Vijfhoek — beamen dat vanaf een bepaalde tijd Brussel een dode stad is. Zijn de Brusselse autoriteiten zelf ook niet het slachtoffer van een gebrek aan bezoekers —  de tegenvallende bezoekcijfers van Belgian aan Beer World zijn een goed voorbeeld van de uitdagingen waarmee de handelaren in de voetgangerszone en de rest van de handelszones van Vijfhoek mee geconfronteerd worden. Een Gewest dat net een verslechtering van haar financiële rating heeft ondergaan moet zeker haar toerisme met zorg behandelen en de inkomsten die het genereert optimaliseren daarbij uiteraard het algemeen belang in het oog houdend. De betwiste huidige en toekomstige ordonnanties druisen in tegen deze doelstelling (zie hieronder). Brussel mag niet worden verward met Venetië, Parijs of Barcelona en er moet naar het juiste evenwicht worden gestreefd.

  • De economische bijdrage van de sector!  De door de uittredende Brusselse regering bij haar ordonnantie voorgesteldebeleid zal leiden tot de vernietiging van de sector korte termijn verhuur, hetgeen nadelig zal zijn voor de economie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, met name de restaurants, waarvan de klanten gedeeltelijk afkomstig zijn uit dit segment van toeristische accommodatie. Kan de restaurantsector, in zijn huidige penibele situatie, zich nog een verdere daling teruggang van klanten veroorloven als potentiële bezoekers van Brussel met één klik besluiten Brussel de rug toe te keren? Zie de Deloitte-studie voor Frankrijk: een toerist in een korte termijn verhuur accommodatie besteedt 20 % van zijn dagelijkse uitgaven in restaurants! Nu de arbeidsparticipatie voor de volgende Brusselse regering een groot punt van zorg zal zijn, lijkt het evident dat zowel de directe banen – het hele ecosysteem van diensten en producten rondom de activiteit — als de en indirecte banen die door de sector van korte termijn verhuur worden gegenereerd, bijzondere aandacht verdienen.

  • Property Manager: een belangrijke rol die onbekend en verkeerd begrepen is!  Het is goed om zich te realiseren dat professionals op het gebied van korte termijn verhuur niet noodzakelijkerwijs beleggers zijn: de rol van Property Manager, die in alle landen van de wereld wijdverbreid is, lijkt nog steeds onbekend bij veel politieke en academische stakeholders in Brussel. Een Property Manager beheert het onroerend goed van verschillende kleine eigenaren die hun spaargeld in een tweede woning hebben gestoken en eenvoudigweg de opbrengst en het beheer van hun investering wil optimaliseren. Een goede definitie en begrip van de rol van stakeholders in het ecosysteem voor korte termijn verhuur is noodzakelijk om te verdwalen in onjuiste ideologische overwegingen.

  • Erkenning en “professionalisering” van de sector! Het huidige beleid van de uittredende regering heeft geleid tot een recordpercentage van de clandestiene markt voor korte termijn verhuur: meer dan 95 % van de markt is tot op heden illegaal. Betekent dit echt dat op die wijze – door valse beloften te doen aan het electoraat van de hotelsector of aan die inwoners die lijden onder geluidsoverlast van slecht beheerde accommodaties? Waarom geen regelgevingskader tot stand brengen dat het mogelijk maakt dat professionele exploitanten recht van bestaan hebben naast particuliere exploitanten, en verplicht alle operatoren kwaliteitskeurmerken en het gebruik van „state of the art” -oplossingen (bv. slimme geluidmeters)? Iedereen zou hier wel bij varen! Elk verbodsbeleid leidt onvermijdelijk tot een mislukking, zie bijvoorbeeld het geval van New York.

  • Quota: de oplossing voor efficiënte regulering!  Wetenschappelijk onderbouwde quota voor korte termijn verhuur zijn de enige doeltreffende oplossing voor de regulering van de professionele sector. Quota die op het niveau van de eigenaars zijn vastgesteld zouden de basis vormen voor de activiteiten van de Property Managers. Anders dan de uittredende minister-president meent, zijn quota uitvoerbaar (andere steden doen dit met succes) en vallen zij indirect onder artikel 12 van de Dienstenrichtlijn van de Europese Unie. Deze mechanismen kunnen stimulansen bieden voor het ontwikkelen van wijken, het ondersteunen van restaurants en cafés of het vaststellen van ambitieuze doelstellingen voor de energierenovatie van gebouwen. Voorts is het belangrijk om overnachtingen te beschouwen als een meeteenheid om vraag en aanbod bij de vaststelling van quota op elkaar af te stemmen.

  • De onontbeerlijke actualisering van stedenbouwkundige instrumenten! Het is duidelijk dat bestaande en verouderde stedenbouwkundige instrumenten moeten worden herzien door de component ”korte termijn verhuur” haar toekomende plaats te geven. Het actualiseren van de granulariteit van stedelijke functies is een must en we durven te hopen dat hiermee rekening zal worden gehouden bij de herziening van het GBP: “meten is weten”. Maar om te kunnen meten, moeten de juiste meeteenheden in de gereedschapskist aanwezig zijn. Deze herziening van het GBP is nauw verbonden met de uitvoering van de hierboven beschreven quota.

  • Last but not least: de sector is niet verantwoordelijk voor de woningcrisis! De studie van het Brussel Studies Instituut vermeldt het: “Het Airbnb-effect “is verre van uniform in Het Gewest, zoals blijkt uit de kaart opgesteld met de gegevens van Perilleux (2023), gebaseerd op AirDNA-gegevens uit 2019, waaruit naar schatting 2 450 woningen zijn onttrokken aan de traditionele woningmarkt in Brussel (7). Maar waarom maken de huidige en toekomstige ordonnanties geen onderscheid tussen de wijken van de 19 gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest? Wat zijn deze 2 450 woningen in vergelijking met ongeveer 60.000 huishoudens die in afwachting zijn van huisvesting in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest? Er moet komaf worden gemaakt korte termijn verhuur neer te zetten als zondebok van de huisvestingscrisis. De recente OESO-studie, waarvan een samenvatting in Le Soir duidelijk is over huisvesting: “het rapport maakt gewag van de strategische inspanningen die al twee decennia worden geleverd om de situatie te verbeteren, met name door de particuliere sector te stimuleren om betaalbaardere huisvesting te bouwen, ”Maar er zijn veel obstakels, zoals onvoldoende financiering en complexiteit bij de afgifte van stedenbouwkundige vergunningen. Haar aanbevelingen om de crisis in te dammen zijn gebaseerd op een mantra: vergroten van het aanbod van betaalbare huisvesting waar dat nodig is. Juist via een herziening en facilitering van het vergunningverleningsbeleid. Of stimulering van de bouwproductie door versoepeling van de regels inzake planning en stedenbouw alsmede een uitbreiding door de publieke actoren van de fiscale voordelen voor gemotiveerde investeerders en promotoren. Tot slot stelt de OESO voor gemeenten meer flexibiliteit te geven om bijvoorbeeld meer en hoger te bouwen in ruil voor meer sociale huisvesting, de invoering van huurprijsregulering en een homogenere verdeling van het aanbod van openbare woningen in het Gewest.”. Hoewel er ruimte kan zijn voor discussie over de structurele oplossingen voor de huisvestingscrisis, is het meer dan duidelijk dat het onjuist is een verbodsbeleid van korte termijn verhuur te rechtvaardigen met het argument van de huisvestingscrisis, zoals de uittredende minister-president uit electorale overwegingen uit den treure heeft herhaald.Een bepaling van het aantal verlaten en niet-bewoonde woningen is bovendien noodzakelijk — zie de PwC-studie in Frankrijk waaruit de overheersende impact van deze categorie in de Franse huisvestingscrisis blijkt; de grote variatie van de cijfers in Brussel, afhankelijk van de bron (van 4.500 tot 20 000) vereist nadere analyse om tot een beter cijfer te komen dat kan worden ingebracht als onderdeel van een actieplan.

Om een wetenschappelijk onderbouwde, robuuste en duurzame oplossing te ontwikkelen, dringt STR-Belgium aan op de oprichting van een multidisciplinaire task force die alle nodige deskundigheid omvat, met inbegrip van economische, toeristische en stedelijke planning. Bovendien moet de planning van de verschillende lopende herzieningen van de regelgeving worden gesynchroniseerd en lijkt het passend een overgangsoplossing (bv. moratorium) in te voeren en de uitvoering van de, in het kader van een politieke en/of juridische impuls nieuwe, maar gewijzigde verordening in overeenstemming te brengen met de tenuitvoerlegging van de Europese regelgeving voor de sector (20 mei 2026) en de voltooiing van de werkzaamheden voor de herziening van het GBP, die eveneens voor 2026 zijn aangekondigd.

STR-Belgium staat ter beschikking van de volgende Brusselse regering om samen te werken aan een beleid ter regulering van de sector van korte termijn verhuur zodat een concurrerende, innovatieve en duurzame Brusselse toeristische markt wordt gegarandeerd, met behoud van het algemeen belang.