Eindelijk een televisiedebat over het thema “Airbnb”! STR-Belgium bedankt BX1 voor dit onmisbare initiatief om het onderwerp te objectiveren.

Versus – Trop d’AirBNB à Bruxelles ? – BX1

Het werd tijd: een eerste televisiedebat waarin onze sector zich eindelijk kan uitspreken en niet langer machteloos het hotelnarratief (zeer) lichtjes verpakt door de politiek moet ondergaan. Het is duidelijk dat men in 25 minuten niet alle aspecten van deze complexe en polariserende thematiek kan behandelen, maar dit debat was een uitstekende eerste stap. Laten we hopen dat dit andere media inspireert!

Enkele reacties op de uitspraken van de protagonisten:

  • Mevrouw Maes, schepen van Stedenbouw in Brussel:
    • “Handel drijven is illegaal.” De Brusselse ondernemers zullen dat appreciëren… Misschien moeten we verduidelijken dat we het hier niet hebben over handel in mensen, drugs, wapens, … maar gewoon over een economische activiteit die meerwaarde creëert voor de hoofdstad van Europa en die enkel wil evolueren binnen een proportioneel, gerechtvaardigd en niet-discriminerend regelgevend kader in de zin van de Dienstenrichtlijn van de Europese Unie.
    • “We houden van toeristen en wat we nog meer waarderen is de mix.” De mix?! In elk geval niet die van toeristische accommodaties: zou enkel de klassieke hotelsector het recht hebben om in Brussel te bestaan?! De deeleconomie is niet en kan niet het enige alternatief zijn om pragmatische, cijfermatige redenen (we komen hierop terug).
    • “In de Vijfhoek, heel specifiek, in bepaalde straten, zijn 20 tot 30% van de units die eigenlijk woningen zouden moeten zijn toeristische accommodaties — soms legaal en soms illegaal — en dat heeft een impact op de huurprijzen en dus op de huisvesting van de Brusselaars…”
      • “Heel specifiek” — inderdaad… Moet dan de ordonnantie op de toeristische accommodaties worden herzien, die ongedifferentieerd geldt voor de 19 gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, zoals trouwens opgelegd door het Hof van Justitie van de Europese Unie, namelijk een proportioneel en gerechtvaardigd beleid “wijk per wijk” (zie elders op deze website)?
      • “Dat heeft een impact op de huurprijzen.” Deze uitspraak is enigszins gewaagd gezien de huidige stand van de wetenschap. Geen verdere argumentatie nodig — het debat spreekt voor zich op dit punt (zie ook verder).
  • Charlotte Casier, geografe en onderzoekster aan de ULB:
    • “1% op het niveau van het Brussels Gewest lijkt misschien vrij marginaal, maar dit aanbod is in werkelijkheid niet gelijk verdeeld over het grondgebied.” We komen dus opnieuw bij een aanpak “wijk per wijk”! Let op: dit moet niet worden begrepen als: “toeristische verblijven moeten worden verboden in de meest toeristische wijken” — integendeel, als men gezond verstand gebruikt — maar eerder dat een aangepaste regulering “wijk per wijk” nodig is (met name compensatiemechanismen aangepast aan de wijk).
  • Mevrouw Maes:
    • “Ik wil in het centrum van Brussel geen situaties zoals in het centrum van Amsterdam.” Men kan zich eenvoudig afvragen of de situaties vergelijkbaar zijn. Amsterdam biedt andere aantrekkingspolen dan Brussel. Het probleem van openbare rust in verband met feestjes in appartementen en huizen is een probleem waarvoor oplossingen bestaan (zie verder en elders op deze website) en zou eerlijk gezegd uit het argumentarium van tegenstanders moeten worden verwijderd — het is echt niet meer geloofwaardig. Bovendien moet worden opgemerkt dat disproportionele reacties van de politiek op weliswaar problematische situaties kunnen leiden tot een harde juridische terechtwijzing. Zie precies het geval van Amsterdam.
  • Mevrouw Casier:
    • “De vraag lijkt eenvoudig, maar het antwoord is ingewikkeld gezien de staat van de gegevens waarover we beschikken.” “De woningmarkt evolueert door veel factoren, en het aanbod van (niet-hotel) toeristische accommodatie is er één van.” “Het is altijd zeer moeilijk om één factor te isoleren tussen andere.” “Op basis van de gegevens kunnen we niet zeggen dat dit type fenomeen bijdraagt tot X% huurprijsstijging.” Geen commentaar.
    • “De woning wordt aangepast om er meer winst uit te halen.” Mevrouw Casier begeeft zich hier op een veel subjectiever terrein. Laten we gewoon aangeven — zonder uiteraard alle klassieke lasten van de eigenaar te vergeten — dat het inkomen uit professioneel beheerde kortetermijnverhuur de som is van het patrimoniuminkomen en het arbeidsinkomen dat nodig is om een kwaliteitsvolle dienstverlening te leveren (let op het concept van de “rent gap” dat in de literatuur voorkomt en vaak deze dimensie vergeet). De evaluatie van de rendabiliteit van kortetermijnverhuur valt buiten het onderwerp van alle mono-criteria studies die door de overheid worden besteld, ook al zou dit misschien interessant kunnen zijn om te analyseren.
    • “… en dus draagt Airbnb bij aan de stijging van de huurprijzen in Brussel.” Dit is een empirische conclusie die nog moet worden gevalideerd op basis van alles wat voorafging in het debat.
  • Clémentine Barzin, MR-parlementslid:
    • “De ordonnantie is gebaseerd op regelgeving die tot clandestiniteit leidt.” Inderdaad — dat beroemde Gewestelijk Bestemmingsplan (PRAS, 2001), erkend als verouderd door de minister-president, die het project Share The City heeft gelanceerd… Zouden we durven dromen dat de minister-president de projecten en instrumenten waarover hij beschikt, binnen zijn bevoegdheden, zal gebruiken om de Brusselse toeristische markt innovatief, competitief en duurzaam te maken?
    • “Wij stellen quota voor die de stad toelaten om de druk in bepaalde wijken al dan niet te reguleren.” Gezond verstand en… de enige oplossing.
  • Anaïs Maes:
    • “Quota, in principe, in theorie, ja… maar…” Veel weerstand tegen het idee dat nochtans de enige oplossing is. Maar wat zijn de argumenten? “Is het wie eerst komt, eerst maalt?” Men kan een zekere terughoudendheid begrijpen bij mevrouw Maes om achteraf een vergunning te geven aan exploitanten bij wie zij verzegelingen heeft geplaatst… Het is belangrijk om dit te overstijgen en te begrijpen dat quotamechanismen onder meer worden omkaderd door artikel 12 van de Europese Dienstenrichtlijn. Licentienummers worden voor een bepaalde duur toegekend en niet automatisch verlengd. Uiteraard zal een analyse van vraag en aanbod nodig zijn om de drempels te bepalen, wijk per wijk, waarna toewijzingsregels moeten worden uitgewerkt en quota beheerd. Deze oplossing is uiteraard niet eenvoudig, maar dat is geen argument om ze af te wijzen. Men moet het doorslaggevende voordeel van dit systeem zien, zoals hierboven reeds gezegd: de Brusselse toeristische markt innovatief, competitief en duurzaam maken!
  • Anaïs Maes:
    • “Ik ben de stem van de Brusselaars.” In welke zin en waarom? Komen we opnieuw terug op de problematiek van openbare rust? Zijn er niet (heel veel) Brusselaars die kortetermijnplatformen gebruiken voor hun citytrips en vakanties overal elders?
    • “We hebben heel weinig klachten buiten de Vijfhoek — neem Elsene of Sint-Gillis waar we veel mono-hosts hebben.” Bevestiging dus dat het argument van openbare rust opnieuw op tafel lag. Wanneer men een volledige unit verhuurt, in welke mate is het feit dat iemand mono-host of multi-host is bepalend? De toerist kiest niet op basis van dat criterium en de host weet niet in welke mate de toerist respectvol zal zijn voor de buurt (wat overigens meestal wel het geval is)… Integendeel, het zijn de maatregelen die de host neemt — wie hij ook is — die bepalend zijn om de openbare rust te waarborgen!
    • “Deze platformen dienen niet om een volledige commerciële activiteit te ondersteunen.” Waarom niet? Op welke basis en met welk argument kan men dit stellen?
    • “De bestemming waar het hotel zich bevindt is geen woonbestemming, dat is heel duidelijk, heel eenvoudig.” Dat is precies de kern van het debat, en de onduidelijkheid dateert van 2014. De bestemming van een toeristische verblijfseenheid (gedefinieerd in de economische regelgeving — de ordonnantie op toeristische accommodaties) is niet gedefinieerd in de stedenbouwkundige regelgeving, namelijk het PRAS dat door de regering als verouderd wordt erkend. En de economische regelgeving steunt sterk op deze stedenbouwkundige regelgeving. Het is dus dringend noodzakelijk om beide kaders op elkaar af te stemmen… cf. het project Share the City hierboven, wat eigenlijk al in 2014 had moeten gebeuren!
  • Clémentine Barzin:
    • “De regering is een activiteit aan het verstikken.” Dat kan niet duidelijker — en men kan zich afvragen: ten voordele van wie?
    • Wij verwelkomen het voorstel om slimme geluidsmeters te installeren, wat slechts een eerste stap zou zijn in de labelisering van niet-hotelmatige toeristische accommodaties, iets wat sommigen, gesteund door de regering, blijkbaar niet willen invoeren… Maar waarom wil men geen gediversifieerd, legaal en competitief toeristisch aanbod installeren in het belang van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest?
  • Charlotte Casier:
    • Het geval van New York werd door mevrouw Casier aangehaald. De lobby van de hotelindustrie is daar zeer sterk — zie sectie 2 van onze open brief aan de Brusselse burgers hierover, en met name het artikel van de New York Times uit 2017.
    • “Alle reguleringsprojecten worden geconfronteerd met een gebrek aan gegevens… het platform (Airbnb) weigert adressen te communiceren.” Dit zal worden opgelost met het reguleringsproject van de Europese Commissie dat gelukkig tussenkomt — met als bijkomend voordeel de controle op de relevante conformiteit met de Europese Dienstenrichtlijn. Wanneer men de huidige (en voorgestelde toekomstige) regulering in Brussel ziet, kan men enigszins begrijpen dat sommige boekingsplatformen vanuit commercieel oogpunt terughoudend zijn zonder waarborgen.

Wat de conclusie van het debat betreft, onthouden we dat het inderdaad een goed debat was, dat moet worden voortgezet, en dat we samen aan oplossingen moeten werken. De bovenstaande opmerkingen zijn overigens niet bedoeld om de partijen tegen elkaar op te zetten, maar om het debat te onderbouwen en zo te komen tot een optimale oplossing in het belang van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, de Brusselaars, de ondernemers uit de betrokken sectoren en de afnemers van diensten.