Deze week zullen leden van STR-Belgium en professionele actoren in de sector van de toeristische residenties zich wenden tot de Rechtbank van Eerste Aanleg om hun attest van stedenbouwkundige conformiteit te verkrijgen.
Laten we enkele basisprincipes van het dossier in herinnering brengen:
- Op basis van een Europese benchmarking bij onze collega-leden van de European Holiday Home Association (EHHA) blijkt dat het Brussels Hoofdstedelijk Gewest een uitzondering vormt door de toeristische residentie (categorie van zijn economische regelgeving, de ordonnantie van 8 mei 2014 betreffende het toeristisch logies) als categorie “hotel” te beschouwen volgens zijn stedenbouwkundige regelgeving (PRAS – Gewestelijk Bestemmingsplan). Bijna overal elders in Europa blijft de toeristische residentie stedenbouwkundig bestemd als “wonen”. Het Gewest heeft begrepen dat zijn stedenbouwkundige regelgeving verouderd is (zij dateert van 2001, ruim vóór de indrukwekkende opkomst van toeristische residenties, gestimuleerd door de verschillende boekingsplatformen), wat blijkt uit de werkzaamheden rond het PRAS die door Perspective Brussels (Share the City) werden opgestart. Wij pleiten ervoor dat de categorie toeristische residentie volwaardig wordt opgenomen in het PRAS en dat de regering zo haar economische en stedenbouwkundige regelgeving logisch op elkaar afstemt! Met deze aangekondigde herziening van het PRAS en de Richtplannen van Aanleg (RPA/PAD) beschikt de Brusselse regering in ieder geval over de instrumenten om een proportioneel quotamechanisme in te voeren zoals STR-Belgium bepleit. Kan men dan hopen op een koerswijziging van de regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en haar administraties?
- Als de huidige regelgeving het niet-verholen geluk vormt van bepaalde Brusselse hotellobby’s, moet nogmaals worden herinnerd dat de sector van de toeristische residenties eenvoudigweg het recht vraagt om te bestaan, terwijl hotels op hun beurt het recht vragen om uit te breiden. Hoewel deze laatste vraag uiteraard even gerechtvaardigd is als de eerste, mogen zij echter niet op dezelfde manier worden behandeld. Laten we in dit verband opnieuw herinneren aan de marktwet van vraag en aanbod, en aan de doorslaggevende cijfers van de Europese Commissie! Tot slot is het standpunt van onze Italiaanse collega Marco Celani, voorzitter van AIGAB – Associazione Italiana Gestori Affitti Brevi – het equivalent van STR-Belgium voor Italië[1], in dit opzicht inspirerend: neen, een toeristische residentie is geen hotel!!! STR-Belgium is voorstander van het Same Level Playing Field dat door Hotrec wordt bepleit, maar dit evenwicht moet wel worden gewaarborgd in alle fasen van het wetgevingsproces, vanaf de uitwerking tot en met de implementatie. Aan de vooravond van de verkiezingen van 2024, zullen de regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en haar administraties eindelijk begrijpen dat het ontwerp van een nieuwe ordonnantie voor de sector van het toeristisch logies noodzakelijk moet worden uitgewerkt met STR-Belgium als partner?
- STR-Belgium vraagt om een echte regulering van de sector op Europees niveau en verwelkomt het initiatief van de Europese Commissie in dit verband, terwijl het zeer duidelijk een fundamenteel punt benadrukt: het gaat hier niet om het “empoweren” van niet-proportionele regionale/lokale regelgeving (lees op Brussels niveau: een absoluut niet-proportioneel verbodsbeleid op basis van niet-gekwantificeerde of partijdige politieke (demagogische) belangen, onder druk van lobby’s uit een concurrerende sector). In dit verband herinneren wij er opnieuw aan dat de regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest een generieke en niet-gedifferentieerde ordonnantie toepast op het grondgebied van deze 19 gemeenten, wat zeer waarschijnlijk strijdig is met het Europese recht (cf. arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie). Ter herinnering: er zijn talrijke voorbeelden in Europa waar niet-proportionele lokale regelgeving wordt afgewezen … zie bijvoorbeeld de gevallen van Valencia (ES) of Amsterdam, of nog het standpunt van het Hof van Beroep van Brussel in de Brusselse zaak.
Wij zullen u op de hoogte houden van het verdere verloop van de gebeurtenissen.
[1] de sector van kortetermijnverhuur in Italië vertegenwoordigt een boekingswaarde van ongeveer 11 miljard euro, met een gegenereerd bbp van 44 miljard euro! Heeft de regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest de oefening gemaakt om de toegevoegde waarde van de categorie toeristische residenties op haar grondgebied te ramen?

