Beroep tot vernietiging tegen de ordonnantie van 1 februari 2024 betreffende toeristische logies

Beheerders) in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest hebben, samen met STR-Belgium, een beroep tot vernietiging ingesteld tegen de voormelde ordonnantie bij het Grondwettelijk Hof. De pers heeft hierover uitgebreid bericht :

Televisiejournals : BX1, RTBF (3’08”)

Geschreven pers : Le Soir, L’Echo, Sudinfo, DH, Bruzz, De Morgen, Het Laatste Nieuws, …

Indien u het omvangrijke verzoekschrift (~ 200 pagina’s), dat op verzoek beschikbaar is en binnenkort ook raadpleegbaar zal zijn in het Belgisch Staatsblad, niet wenst door te nemen, vatten wij hieronder de essentiële elementen samen. Wij verwijzen tevens naar het Memorandum van STR-Belgium, waarin alle eisen van onze sector worden uiteengezet in het kader van de regeringsonderhandelingen in het Brussels Gewest.


I. Context

Kortetermijnverhuur van woningen, net als hoteldiensten, is onderworpen aan het verkrijgen van een voorafgaande vergunning voor de uitoefening van de activiteiten, in de vorm van een stedenbouwkundige vergunning die een hotelfunctie aan het gebouw toekent.

Deze activiteiten zijn eveneens onderworpen aan het verkrijgen van een tweede voorafgaande vergunning voor de uitoefening van de activiteiten, in de vorm van een registratienummer.

De cumulatie van deze twee regimes — die identieke doelstellingen nastreven — stelt strikte voorwaarden aan de uitoefening van de economische activiteit, creëert een dubbele controle van een geheel van voorafgaande voorwaarden, voert een verwevenheid van complexe en langdurige administratieve procedures in en belast de gemeentelijke administraties zwaar.

Dit regelgevend kader vormt een belangrijke belemmering voor de ondernemingsvrijheid.

Meer nog, de redenen die deze regimes rechtvaardigen en de proportionaliteit van de ingevoerde maatregelen worden betwist.

Terwijl de wetgever door het academisch team dat belast was met de evaluatie van het wettelijk kader werd uitgenodigd om “de tekst grondig te herdenken”[1], heeft hij ervoor gekozen het systeem van economische vergunning te behouden.


II. Voorwerp

De actoren van de sector zijn zich bewust van de noodzaak om hun activiteiten te reguleren. Zij wensen dat hun activiteiten op een proportionele manier worden geregeld en dat de georganiseerde procedures niet afschrikkend zijn, maar noodzakelijk en in overeenstemming met de vereisten van een rechtsstaat.

De actoren van de sector vragen de vernietiging van het vergunningsmechanisme dat werd ingevoerd door de ordonnantie van 1 februari 2024 betreffende toeristische logies, omdat dit niet voldoet aan de te verwachten normen, met name gelet op het Europees recht.


III. Het verzoek tot vernietiging

De ordonnantie van 1 februari 2024 betreffende toeristische logies wordt — niet-uitputtend — bekritiseerd :

  • omdat het regime de huisvesting noch de stedelijke omgeving beschermt, maar de historische spelers van de sector beschermt door de toegang tot de markt voor nieuwe economische actoren te beperken ;
  • omdat het reeds bestaande en toepasselijke regelgevend kader de bescherming van huisvesting en van toeristen mogelijk maakt, zodat het voorgestelde regime overbodig is ;
  • omdat het onderwerpen van de activiteit aan twee voorafgaande vergunningen, die cumulatief zijn en opeenvolgend moeten worden verkregen, disproportioneel is ;
  • omdat de uitoefening van de activiteit wordt onderworpen aan een te groot aantal voorafgaande vereisten die niet gerechtvaardigd of noodzakelijk zijn ;
  • omdat het regime wordt toegepast op het volledige grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, terwijl de concentratie van de betrokken economische activiteiten en de hypothetische druk op de langetermijnhuurmarkt zich in werkelijkheid in bepaalde wijken bevinden ;
  • omdat het regime een procedure invoert die administratieve stappen bij verschillende diensten van het Gewest en de gemeenten vereist, terwijl een gelijkaardig onderzoek door één enkele dienst zou kunnen worden uitgevoerd, indien dit onderzoek noodzakelijk zou blijken.

IV. Conclusie

Het Grondwettelijk Hof wordt verzocht zich uit te spreken over een geheel van bezwaren tegen de ordonnantie van 1 februari 2024 betreffende toeristische logies, in het licht van het Europees recht.

Daartoe staat het het Hof vrij om een aantal prejudiciële vragen te richten aan het Hof van Justitie van de Europese Unie, met name om bepaalde kwesties te beoordelen die nog nooit werden beslecht.

De conclusies van het Hof kunnen gevolgen hebben voor de geschillen met betrekking tot de vorige regelgeving. Wordt vervolgd …


[1] Brussels Studies Institute (BSI) en Université libre de Bruxelles (ULB), Evaluatiemissie van de ordonnantie van 8 mei 2014 betreffende toeristische logies, 21 mei 2019.